Gunstig blauwgekleurd federaal zomerakkoord juli 2017 voor al wie onderneemt!

De broodnodige hervorming van de vennootschapsbelasting komt er eindelijk én toch snel, dankzij de Regering Michel I. Kleine vennootschappen worden hierbij extra in de watten gelegd en ook de gewone zelfstandige werd niet vergeten.

De verlaging van de Vennootschapsbelasting van 33% naar 20% (KMO’s) is spectaculair….. maar omdat ook de verdere afbouw van de schuld noodzakelijk is wordt één en ander gefaseerd ingevoerd en zijn er noodgedwongen compenserende maatregelen.

Gefaseerde verlaging van de Vennootschapsbelasting (VenB) enkel voor grote vennootschappen

Vanaf 2018 bedraagt het nieuwe basistarief van de VenB 29%. Dit wordt ook aangehouden in 2019 om dan vanaf 2020 te dalen naar 25%. Echter, “kleine vennootschappen” kunnen reeds vanaf 2018 genieten van een extra verlaagd tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000,00 EUR belastbare grondslag.

Ook de crisisbijdrage verlaagt vanaf 2018 van 3% naar 2%, dit wordt aangehouden in 2019, maar vanaf 2020 verdwijnt eindelijk de crisisbijdrage.

Knipsel

(*) als voorwaarde voor het verlaagd tarief “kleine vennootschap” wordt vanaf 2018 de minimale bedrijfsleidersbezoldiging (aan ten minste 1 bedrijfsleider) opgetrokken van 36.000 EUR naar 45.000 EUR, behalve indien de belastbare winst kleiner is dan 45.000 EUR, dan geldt als minimum bezoldiging minstens de belastbare winst.   Startende ondernemingen genieten hun eerste 4 boekjaren van een uitzondering.Toch geniet de kleine vennootschap verder het verlaagd basistarief als er te weinig bedrijfsleidersbezoldiging werd uitgekeerd mits betaling van een bijzondere aanslag van 10% op het tekort aan bezoldiging. Deze bijzondere aanslag is aftrekbaar als beroepskost.Voorbeeld: De vennootschap kende verder 36.000 EUR toe in plaats van de vereiste 45.000 EUR. De vennootschap wordt gesanctioneerd op het tekort van 9.000 EUR x 10%= 900 EUR.

Een “kleine vennootschap” voldoet aan de bepalingen van art. 15  Wetboek Vennootschappen (W.Venn): Hiervoor moeten 3 criteria te worden geëvalueerd:
1) Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
2) Jaaromzet exclusief BTW: 9 miljoen EUR
3) Balanstotaal: 4,5 miljoen EUR

Een vennootschap verliest haar hoedanigheid van “kleine vennootschap” wanneer 2 of 3 van de hiervoor vermelde criteria worden overschreden gedurende de 2 voorafgaande boekjaren.

13% dividend regel wordt ook verlaten voor “kleine vennootschappen”

Uitermate interessant is dat ook de 13% dividend regel voor kleine vennootschappen definitief wordt begraven. Dit heeft als belangrijk gevolg dat kleine vennootschappen kunnen blijven genieten van de verlaagde VenB van 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR, ook al wordt meer dan 13% van het gestort kapitaal aan dividenden uitgekeerd aan de aandeelhouders/vennoten.

Verhoging van de investeringsaftrek van 8% naar 20% vanaf 2018 voor 2 jaar

De gewone investeringsaftrek is een fiscaal voordeel waarbij men een percentage van de aanschaffingswaarde van de investeringen uitgevoerd tijdens het belastbaar tijdperk mag in mindering brengen van de belastbare grondslag waardoor men op dit bedrag de facto de VenB uitspaart.

Het moet gaan over afschrijfbare materiële of immateriële activa die in nieuwe staat zijn verkregen tijdens het boekjaar. De investeringen mogen niet uitdrukkelijk door de wet zijn uitgesloten: zo moeten ze uitsluitend beroepsmatig gebruikt worden, de afschrijvingsduur moet minstens 3 belastbare tijdperken bestrijken, het mag niet gaan om leasing of overdracht van rechten aan derden, verhuring. Personenwagens en auto’s voor dubbel gebruik zijn uitgesloten (behalve taxidiensten en voertuigen exclusief gebruikt door erkende rijscholen).

Vanaf 2018 worden nieuwe (gewone) investeringen extra aangemoedigd voor kleine vennootschappen, maar ook voor éénmanszaken en vrij beroepen welke vallen onder de personenbelasting.

De verhoogde investeringsaftrek van 20% is tijdelijk voor 2018 en 2019.

Eenmanszaken ondergaan een fiscale harmonisatie met de vennootschappen

In bepaalde situaties werden eenmanszaken in vergelijking met vennootschappen fiscale nadeliger behandeld.

Vanaf 2018 worden een reeks discriminaties op dit vlak weggewerkt:
1) Wie als zelfstandige/vrije beroeper opteert voor het kostenforfait zal genieten van dezelfde hogere percentages die stijgen naargelang de inkomstenschijf zoals die voor werknemers gelden;
2) Ook door eenmanszaken stijgt de eenmalige investeringsaftrek van 8% naar 20% voor 2018 en 2019 (zie hoger);
3) Autokosten van zelfstandigen worden eveneens aftrekbaar gemaakt in functie van de CO2-uitstoot zoals dit nu reeds het geval is voor de vennootschappen.  Nu was de aftrek standaard 75% waardoor men werd uitgesloten van de hogere aftrekpercentages voor milieuvriendelijke wagens.

Compenserende maatregelen die vooral gericht zijn op vermijden van misbruiken

De notionele intrestaftrek blijf bestaan maar zal vanaf 2018 niet meer berekend worden op basis van het eigen vermogen maar op basis van de aangroei ervan.  Elke toename van het eigen vermogen zal bovendien gespreid worden over 5 jaar.  Zo zal bv. bij een kapitaalverhoging van 50.000 EUR de notionele intrestaftrek berekend worden op 10.000 EUR gedurende 5 jaar.

Tevens komt er vanaf 2018 een minimumbelasting voor alle vennootschappen die meer dan 1 mio EUR belastbare winst maken. Deze vennootschappen zullen niet langer onbeperkt de fiscale aftrekken kunnen gebruiken om daarmee hun volledige belastbare basis weg te werken. Het winstgedeelte boven het 1 mio EUR kan maximum met 70% verminderd worden via fiscale aftrekken. Eens de winst boven 1 mio EUR betaalt men hierop in 2018 en 2019 steeds 8,87% VenB (30% x 29,58% VenB) en in 2020 minstens 7,50% VenB (30% x 25%).   Enkel de aftrek voor investeringen in innovatie blijft hierbij buiten schot.

Daar waar kleine vennootschappen normaliter weinig last zullen ondervinden voor de hiervoor vermelde maatregelen, is dit niet het geval voor de beslissing om vanaf 2018 op elke inkomstenverhoging naar aanleiding van een fiscale controle effectief belastingen te innen, ook al zijn er nog voldoende overdraagbare verliezen.  Wanneer een onrechtmatige aftrek wordt gevonden wordt dit als supplement steeds als aftrekbeperking opgenomen en is er Ven.B verschuldigd.

Ook zullen vanaf 2018 de vooruitbetaalde kosten (bv. op voorhand betaalde huur voor meerdere jaren) niet meer integraal aftrekbaar zijn in het jaar van hun vooruitbetaling maar enkel voor het gedeelte dat betrekking heeft op het desbetreffende boekjaar.  Evenzeer wordt men strenger voor het aanleggen van voorzieningen.  Enkel vaststaande voorzieningen met verplichting op balansdatum zijn nog vrijstelbaar.

Gezien omwille van de lage rentevoeten de appetijt om Ven.B. voor af te betalen mij meerdere bedrijfsleiders ontbrak wordt de basisrentevoet in het kader van voorafbetalingen zijnde 1% verhoogd naar 3%. De basisrentevoet wordt gebruik voor het bepalen van het percentage belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen.  Zo wordt het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, gemiddeld vermenigvuldigd met 2,25 keer de basisrentevoet.  Hierdoor komt men gemiddeld op 6,75% en wordt het niet tijdig betalen van de voorschotten vrij duur.

Anderzijds wordt vanaf 2020 eindelijk het principe van fiscale consolidatie doorgevoerd. Binnen een groep zullen alle winsten en verliezen van verschillende Belgische dochterbedrijven worden samengeteld zodat de groep enkel op het totale groepsresultaat een winstbelasting verschuldigd zal zijn. Aldus zal het moederbedrijf ook de verliezen van de dochter in mindering kunnen brengen van haar eigen winst.

Nog vanaf 2020 zal het degressief (versneld) afschrijven worden geschrapt en zal het principe van pro-rata afschrijven in het jaar van de investeringen overal worden toegepast.  Snel voor de afsluitdatum van het boekjaar nog een investering doen om een volledige jaarafschrijving te boeken zal dus niet meer kunnen.  Tegelijk zullen vanaf 2020 de regels van aftrekken rond verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen strenger worden gemaakt.  En…. wat moet verstaan worden onder marktrente als criterium voor vele aftrekposten (bv. vergoedende interesten op tegoeden rekening-courant) zal ook scherper worden afgelijnd vanaf 2020.

En nog,…. zelfstandigen krijgen binnenkort uitkering wegens ziekte na 2 weken

De wachttijd voor zelfstandigen om in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid een sociale uitkering te genieten bedraagt thans 1 maand.  Die periode zal worden ingekort naar 2 weken.

Alles bij elkaar zijn de besliste maatregelen zeer positief voor het ondernemerschap.  De besliste maatregelen zijn goed doordacht, logisch, evenwichtig en zullen verdere groei en jobcreatie stimuleren. Het akkoord geeft ook blijk van erkenning en appreciatie voor onze Belgische KMO’s en hardwerkende zelfstandigen/vrije beroepers.

Er zit duidelijk een blauwe draad verweven in het akkoord. Eens te meer werd woord gehouden! Voor het verlagen van vennootschapsbelasting zijn liberalen noodzakelijk. De eerste verlaging werd in 2002 beslist onder Open Vld-premie Guy Verhofstadt. Toen ging het van 40,17% naar 33,99%. Nu gaan we onmiddellijk naar 20% op de eerste 100.000 EUR winst voor kleine vennootschappen. Goed geduwd door onze liberale vrienden, merci aan Michel I.

En er zijn uiteraard nog een reeks schitterende maatregelen voor al wie wil werken en vooruit komen, zoals de uitbreiding van de flexi-jobs, ook voor gepensioneerden.  Dit zal worden toegelicht in een volgende BLOG.

header

Advertenties

Het gevaarlijke momentum

Het gevaarlijke momentum. Laat ons met z’n allen samen de handen aan de ploeg slaan.

Grote paniek in Belgenland: De begroting ontspoort fors, naargelang de positieve ingesteldheid en/of politieke kleur van de boodschapper, met 1,2 of 1,4 tot zelfs 2,4 miljard euro.
Hoeft dit dan te verbazen? Zeker niet. Vooreerst nam de regering haast onmiddellijk bij haar aantreden de moedige beslissing om met de taxshift een reeks van broodnodige belastingverlagingen en lastenverlagingen op arbeid in te zetten. Dit zou in normale omstandigheden de koopkracht moeten versterken (want wie werkt heeft een hoger nettoloon) en dit zou toch de ondernemingen moeten stimuleren sneller en meer werkkrachten aan te werven (want de werkkracht kan terug iets beter de concurrentie aan met machines).

Het probleem is echter dat de omstandigheden vandaag verre van normaal zijn. Zo is er nauwelijks economische groei, blijft de inflatie langdurig laag en wordt de spaarder met de nachtmerrie van een quasi-0-rente geconfronteerd. En dan kwamen er ook nog de terreurdreigingen en de vluchtelingencrisis… Je zou voor minder angstig worden.

Bovendien is er terecht een reeks domme beslissingen uit het verleden rechtgezet om verdere budgettaire ontsporingen te vermijden. Intussen is de factuur hiervoor in grote mate bij hetzelfde doelpubliek (de genieters van de taxshift) terechtgekomen. Zo werd de BTW op elektriciteit terug opgetrokken van 6% naar 21% en wordt vanaf deze maand het gat dat het gemors met de subsidies rond zonnepanelen heeft geslagen opgevuld met 100 euro energieheffing. Academici schatten dat een gemiddeld gezin, alleen nog maar voor zijn elektriciteit, hierdoor 500 euro per jaar aan koopkracht verliest.
Toegegeven, ook de olie is vrij goedkoop geworden. Dit verlaagt de energiefactuur voor wie stookolie verbruikt maar zorgt ook voor een belangrijke besparing aan het tankstation. Tevens help het de inflatie laag te houden en aldus de koopkracht op peil te houden.
Hoewel iedereen rationeel overtuigd zou moeten zijn van het feit dat de uitkomst van al die effecten voor een modaal gezin toch licht positief is, blijft de oppositie fanatiek moord en brand schreeuwen.
De klassieke recepten worden als tegenvoorstellen uit de kast gehaald:
“Ga het halen bij de multinationals, zelfs al moet je hiervoor woordbreuk plegen want Europa zegt ook dat het moet”. “Ga het halen bij de grote vermogens want nu alle rekeningen toch zichtbaar zijn voor de fiscus kunnen ze niet langer vluchten met hun kapitaal”. “Zet in op nog meer belastingcontroleurs, nog meer sociale inspectie, zeker bij de zelfstandigen en vennootschappen want het kan toch niet zijn dat de voorafbetalingen zo fors tegenvallen”. “Pak nog maar een keer de bedrijfswagens aan want wie er één heeft gaat liever met zijn wagen in de file ergens naartoe in plaats van het veel te dure, maar door de belastingbetaler gesubsidieerde openbaar vervoer, te nemen”.

Bovenstaande argumenten klinken een beetje simplistisch en populistisch en hebben als gemene deler “Ga het geld zoeken waar het zit”. Een ander kenmerk is dat ze zich enkel focussen op hogere inkomsten zonder stil te staan bij de averechtse effecten van dergelijke onbezonnen maatregelen.
Vooreerst zal geen enkele multinational met een voor hem gunstige ruling op zak ook maar één eurocent terugbetalen. Meer nog, bij gebrek aan Belgische geloofwaardigheid zullen multinationals – terwijl juridische procedures worden opgestart – ons land de rug toekeren. Men zal terecht andere horizonten opzoeken waar de belastingen en het ondernemingsklimaat gunstiger zijn en waar een complexe trukendoos zelfs niet nodig is. De tarieven in de vennootschapsbelasting zijn er sowieso transparant veel lager.
Een vermogen opbouwen, dat kan pas na het betalen van belastingen allerhande. Een belasting op vermogen, ongeacht de variant en benaming, is altijd een dubbele belasting en volstrekt onrechtvaardig. Bovendien ziet het vermogende publiek ook vandaag haar inkomstenbronnen al te veel wegsmelten. Aandelenkoersen kelderen en rente-inkomsten zijn te verwaarlozen. Rentenieren is in de huidige marktcontext een illusie geworden. Omwille van de lage rente, met als gevolg de haast symbolische bonificatie bij het doen van vrijwillige voorafbetalingen van belastingen, ontbreekt uiteraard elke incentive om de staatskas te pre-financieren. Meer controle zal hieraan niets verhelpen. Terug de bedrijfswagens in het vizier nemen is zonder evenwichtig debat en flankerende maatregelen ter compensatie van de loonkost sowieso contraproductief. Het is zeer de vraag of de Elio-maatregelen op de keper beschouwd niet meer hebben gekost dan opgeleverd. Een hardwerkende bedrijfsleider kan zich wel eens tegoed doen aan een dure wagen, maar er worden hiermee wel BIV, verkeersbelasting, BTW (slechts 50% aftrekbaar voor personenwagens) en via de verworpen uitgaven belastingen geïnd (slechts een gedeelte van de kosten komt voor beroepsmatige kosten in aanmerking). Men koopt nu minder wagens maar ook anders (groenere wagens maar ook classic-cars en oldtimers). En, wie het echt op zijn heupen krijgt kan nog altijd een rittenadministratie doen om zijn belaste voordelen billijk maar correct af te rekenen.

Hoe dan ook, met een overheid waarbij het overheidsbeslag nog steeds uitstijgt boven de 50% van wat wij met ons allen produceren (bbp) is er maar één juiste weg: die van het structureel hervormen en besparen op het overheidsapparaat. Vandaag zien wij voor het eerst dat het overheidsbeslag bescheiden aan het dalen is. Dit momentum moeten wij vasthouden en aangrijpen om met doordachte maatregelen vooral economische groei en het verhogen van de koopkracht te stimuleren.

Waarom slaan politici, vakbonden, werkgevers en werknemers niet samen de handen aan de ploeg door prioriteit te geven aan het uitdenken van enkele slimme “quick-wins” welke onmiddellijk effect kunnen ressorteren? Wat te denken van de implementatie van volgende maatregel:
Geef alle bedrijfsleiders de mogelijkheid om minimum 500 euro tot maximum 2.500 euro per jaar per aan fiscaal vrijgestelde bonus toe te kennen per werknemer en/of vennootschapsmandataris, zonder administratieve ballast, dus zonder dat hiervoor een CAO of toetredingsakte nodig is. Omdat de bonus in de economie geïnjecteerd zou worden wordt het bedrag verplicht opgeladen op een elektronische bankkaart (cf. prepay-card) op naam van de werknemer met vervaldatum van één jaar na toekenning. Er zijn op de uitkeringen geen belastingen en/of RSZ-bijdragen verschuldigd. Echter, wat na één jaar niet besteed werd aan consumptie kan worden overgeboekt op de bankrekening van de werknemer, zij het na afhouding van een bevrijdende taks van 50%. Die gaat dan naar de fiscus want anders krijgt men gewoon belastingvrij spaargeld toegeschoven en dit is de bedoeling niet van de maatregel.

Dit is een absolute WIN-WIN voor alle actoren:
De werknemer en/of vennootschapsmandataris krijgt een forse netto-koopkrachtinjectie welke minstens de stijging van een normale elektriciteitsfactuur evenaart (500 euro) tot zelfs meer dan 200 netto per maand. De indexsprong en de gestegen facturen worden direct vergeten. Men ziet terug licht aan het eind van de tunnel. De werkgever kan zonder administratief tijdverlies (in vergelijking met de niet-recurrente bonus) zijn goede medewerkers (geen verplichting tot toekenning aan alle werknemers) een incentive aanbieden zonder fiscale en parafiscale lekkage. De economische groei zal aantrekken en er zal meer geïnvesteerd worden waardoor de tewerkstellingskansen verhogen en er meer BTW-inkomsten geïnd kunnen worden. Terwijl de terugverdieneffecten spelen van een aantrekkende economie en private creatie van tewerkstelling kan ingezet worden op een volgende “quick-win”, namelijk die van de administratieve vereenvoudiging waardoor de complexiteitskosten drastisch dalen en – gelet op de eenvoud – er snellere en efficiëntere controles mogelijk zijn met minder maar gelukkiger ambtenaren.

Laat eens horen wie daar nu tegen kan zijn?

header